Nepal on strike

Dan mogen we uiteindelijk de vriendschapsbrug over, we raken opgewonden, China uit, een nieuw avontuur! Lang duurt de opwinding niet, we worden bijna 10 dollar afgezet door de Nepalese immigratie, en als we het land binnenlopen komen we er langzamerhand achter: er is een algehele staking al 5 dagen aan de gang die het hele land heeft lam gelegd. Er is geen openbaar vervoer, geen taxi en geen winkel open. Er gaat dus geen normale bus naar Kathmandu, alleen een dure 'toeristen-bus' voor 25 dollar, normaal is dit 5 dollar. We hebben onze super Israelische onderhandelaars erop gezet, en na 2,5 uur (!) hebben ze het tot 11 dollar terug gebracht. De mensen die al in de bus zitten, waaronder een aantal hollanders, en dus de al te dure kaartjes hebben betaald, balen als stekkers en geven ons de schuld dat ze zo lang hebben moeten wachten. We besluiten om ons er niks van aan te trekken.
Dan volgt een vrij bijzondere (zo zal ik het maar noemen) 6 uur durende hobbelpartij via een smalle bergweg langs afgronden en via onmogelijke inhaal manouvres naar Kathmandu. We worden regelmatig bij checkpoints door maoisten (de stakers) aan de kant gezet en er wordt gecontroleerd of er geen lokale mensen in de bus zitten. Het is een vreemde toestand. Dan komen we uiteindelijk aan in Kathmandu.
Er zijn zoveel demonstranten op de weg, we kunnen er bijna niet door. Na een paar keer stoppen worden we vriendelijk verzocht de bus maar te verlaten. Tja, daar sta je dan, tussen een menigte met veel rode vlaggen (ja, met hamer en sikkel) en waar moet je dan heen? Gelukkig blijft het vrij vriendelijk en we lopen rustig tegen de menigte in naar een beroemd guesthouse in Thamel. Dit is de toeristische wijk met ontelbaar veel restaurantjes, hotels, souvenierverkopers en hippiekleding winkeltjes. Het is inmiddels lekker warm geworden, zo'n 30 graden en dat is toch een heel verschil met een paar dagen geleden in de sneeuw bij de Mt. Everest!
We komen aan bij het beroemde Kathmandu Guest House (ja, de Beatles hebben er geslapen).
Het is midden in het hart van Thamel, maar toch een beetje uit de drukte. Het is bijna vol en we krijgen een soort penthouse (maar dan een sjofel soort) op de bovenste verdieping. We kunnen ook niet eten wordt er verteld, alle restaurants zijn dicht. Voor veel geld kunnen we wel in het guesthouse bij een buffet aanschuiven. Later blijkt dat je heel voorzichtig wel op zoek kan gaan naar een restaurant, maar het moet allemaal stiekem, als de maoisten erachter komen dat je als restaurant of winkel open bent, wordt de hele boel kort en klein geslagen.
We proberen nog wat te pinnen na het eten, maar alle automaten zijn of dicht of buiten werking.
Tot overmaat van ramp is er nl. ook geen stroom, later blijkt dat dat heel normaal is: powercuts.
Elke dag wel een paar keer geen stroom. We gaan maar slapen, het was een vermoeiende dag.
De volgende dag gaan we weer op pin strooptocht, en uiteindelijk lukt het een pinautomaat te vinden. Dit gaat weer clandestien, een man laat ons al om zich heen kijkend door een klein deurtje in een ijzeren rolluik. Maar we hebben nu roepees. We dwalen wat door de lege straten waar we hier en daar een verdwaalde toerist tegenkomen. We lopen naar Durbar Square, een plein met allemaal soorten en vormen tempels en een paleis. Het is indrukwekkend, de tempels zijn prachtig maar veel Nepalezen zitten doelloos in groepjes bij elkaar, er hangt een vreemde sfeer. De politie is overal aanwezig en houdt de boel scherp in de gaten. Om de hoek zien we ook een soort eenheid van de ME. We kunnen (stiekem) een restaurantje in en op de bovenste verdieping hebben we een prachtig uitzicht op het plein. Tijdens de lunch komen er diverse demonstraties langs en pas als het weer wat rustiger is gaan we naar beneden. We dwalen nog wat door de kleine straatjes van Thamel en proberen informatie te krijgen van mensen over hoe lang het nog gaat duren met die staking.
We komen er niet achter. De winkels mogen van 6 tot 8 uur 's avonds open en er is een run op de supermarktjes waar we ontbijt en lunch inslaan. Daarna eten we voor het eerst in een restaurantje buiten bij maan en kaarslicht (geen stroom). De helft van het eten wat we bestellen is te heet en halverwege is er ook nog een spannend incident met misschien een controle van de Maoisten, de mensen van het restaurant rennen heen en weer, maar het valt mee en we kunnen rustig afeten.
De volgende dag is het plotseling voorbij!

We lopen met verbazing door de nu overvolle straatjes.
Het is een gekrioel van taxi's (hele kleine suzuki's), brommers, fietsen, rikjshaws, die allemaal toeteren en bellen. Daar tussendoor lopen drommen toeristen en Nepalezen, het is een complete chaos. Zo hoort het dus te zijn in de straten van Kathmandu. We worden nu regelmatig aangesproken of we tijgerbalsem willen, een muziekinstrumentje, een taxi, een rikjshaw, kom in mijn winkel, en ja ook of we hasjies willen. Dat blijkt toch wel een grote toeristische attraktie te zijn. Eerst zijn we nog beleefd en zeggen netjes no thank you, maar al na een paar uur is het niet meer te doen, en negeren we de boel. We verhuizen naar een goedkoper guesthouse en we lunchen weer op het Durbar Square, waar we nu entree voor moeten betalen. We ontwijken dit door te zeggen dat we aan de overkant moeten zijn, en dat lukt zowaar. 's Middags gaan we naar de Monkey Tempel, op een heuvel een kilometer of 2 buiten de stad. Het lijkt goed te lopen op de kaart, maar we nemen een verkeerde afslag denk ik en we lopen ons een breuk. Op de berg zelf is er weer een heel complex van allerlei tempels, een klooster, weer de onvermijdelijke toeristen winkels en natuurlijk apen. Terug nemen we maar een taxi, de warmte, de klim de berg op en de kilometers op de heenweg zijn behoorlijk afmattend geweest. We zitten vol verbazing in de kleine Suzuki, die zich met een duizelingwekkende vaart al toeterend door het chaotische verkeer wurmt.
De volgende dag is het moederdag, we doen rustig aan, ik ben niet zo lekker, 's Avonds is er een lange Skype sessie met de familie die allemal in Bussum zijn voor moederdag. We worden op de vensterbank gezet en hebben het gevoel dat we er gewoon bij zijn. Heerlijk! Ik knap er in ieder geval erg van op.
10 mei, we gaan naar Patan, iets buiten de stad, de oude hoofdstad van Nepal die ook een Durbar Square heeft met allemaal tempels, maar volgens de gids veel mooier dan die in Kathmandu. We nemen weer een taxi, en houden ons goed vast. Het is inderdaad prachtig, maar ik heb geen energie, dus we hangen wat in de schaduw, lunchen langdurig en ik ben blij dat we weer naar het hotel kunnen.
11 mei, ik voel me weer lekker, en we gaan naar Baktapur, een oud stadje een paar km vanaf de hoofdstad. We huren de auto van het hotel, met chauffeur, en dit is een grotere auto, een oude Toyota Corolla uit 1985. De sfeer in de oude stad is heel bijzonder, er zijn ook niet veel toeristen en we dwalen weer langs kleine straatjes en pleinen. Om de haverklap is er een tempel of een ander religieus hoekje. We genieten volop. Dan gaan we naar een heuvel Nagrakot voor de zonsondergang. Helaas trekt het helemaal dicht, en de zon laat zich op het moment supreme niet zien.
We hebben een busticket gekocht voor Pokhara, een plaatsje 200 km vanaf Katmandu. Dit is zo'n 6 uur als het meezit in het verkeer. Roger heeft een romantische lodge geboekt in Sarangkot bovenop een berg met een fantastisch uitzicht. Als we eenmaal op die berg zitten komen we erachter dat we geen visum voor India op het vliegveld kunnen krijgen, een visum bij de ambassade duurt minimaal 5 dagen en ons visum voor Nepal verloopt dan. Het is een toestand. De volgende dag gaan we weer per taxi naar beneden, het is maar 7 km naar het dorp maar door de toestand van de weg, nou ja, het eerste stuk naar beneden is er een keienpad, en het betere bochtenwerk duurt de reis ongeveer een half uur.
Het visum verlengen is gelukkig alleen een kwestie van geld, een nieuw busticket is ook zo gekocht. Het enige wat jammer is, is dat we niet richting bergen kunnen omdat we terug naar Kathmandu moeten. Vanaf hier kun je de Annapurna trek lopen, en we zullen later nog veel mensen tegenkomen die dat gedaan hebben.
We lopen wat rond in het stadje, dat aan een groot meer ligt. Het is erg toeristisch, maar wel gezellig. We hebben om 5 uur afgesproken met onze taxi, maar die komt niet opdagen. We nemen een andere, veel goedkopere, maar op het eind van de rit moet de kleine Suzuki opgeven, en we moeten de laatste km lopen. We komen er niet helemaal achter of het auto'tje het niet kan, of dat de chauffeur niet wil. Het is een steile klim, maar de omgeving is prachtig.
De volgende dag gaan we wandelen met de jongen van de lodge, een fantastische wandeling over de kam van de berg, het laatste stuk richting een oud paleis van de vroegere koning van het gebied. Dat is best een pittige klim en eenmaal aangekomen blijkt het paleis een klein bedevaartsoort te zijn, heel bijzonder. We lunchen in een piepklein gehucht en we kunnen een uurtje het dorpsleven aan ons voorbij zien gaan. Het is fantastisch. We eten gebakken eieren en vers gebakken platte broodjes met honing. De eerste regenbui komt in vol ornaat naar beneden en dat is een voorbode voor meer. De terugweg is een beetje rommelig, met enorme regenbuien, onweer en hagel (!). De eerste paar keer kunnen we elke keer net op tijd schuilen, maar het laatste stuk worden we weer overvallen door een hoosbui en dit keer regenen we tot op de onderbroeken nat. Gelukkig is alles de volgende dag weer droog als we naar beneden gaan voor nog een dagje aan het meer.
Helaas heeft ons nieuwe onderkomen een overvloed aan muggen en we zijn er lang mee bezig om ze allemaal te pakken te krijgen. Gelukkig kunnen we de volgende dag in de bus terug naar Kathmandu een beetje bijslapen. Roger krijgt weer ruzie over een zitplaats in de bus, en de reis duurt lang.
Het is maandag, de 17de en de missie van vandaag is een visum voor India. We hadden Indian Embassy op een gebouw zien staan, en nemen aan dat we daar moeten zijn. Helaas, het is een soort bibliotheek, gesponsord door de Indian Embassy en we moeten een hele andere kant op. We laten ons in een lokaal busje proppen en voor weinig naar de echte ambassade vervoeren. Daar is de boel al aardig vol, we trekken een nummertje en wachten en wachten. De ambassade is maar tot half 1 open en om 12 uur worden we zenuwachtig. Gelukkig zijn we net op tijd aan de beurt en we geven een faxinformatie formulier af, dat 5 dagen duurt voordat het terug is uit Nederland, vreemde toestand, of we vrijdag terug willen komen. 's Middags zitten we nog een paar uur in het kantoor van Air India om ons vliegticket te verplaatsen naar de 25ste.
De volgende dagen doen we rustig aan, eigenlijk hebben we Kathmandu wel gezien, ik besluit dat ik toch nog wat natuur wil zien en informeer naar een trip naar Chitwan, een natuurgebied met neushoorns en tijgers. Het klinkt heel aantrekkelijk. We vinden een tour voor 3 dagen/2 nachten voor een redelijke prijs, we willen alleen wel vrijdag weg zodat we nog een dag voor onze vlucht terug zijn om nog wat te wassen enzo. We proberen ons geluk donderdag bij de ambassade en zowaar lukt het om voor half 12 ons visum te regelen. We kunnen de paspoorten om half 6 's middags halen. We zijn erg blij.

We gaan naar een stupa, de Boudha, de grootste buiten Tibet. Hij is enorm, en prachtig! We lopen er een keer omheen, dan overheen, we bezoeken een klooster en zitten een half uurtje genietend bij een dienst. Als laatste lopen we in de late avondzon nog een rondje met de pelgrims.
De volgende dag is weer vroeg op, om 7 uur vertrekt de bus naar Chitwan. Het is weer 6 uur in de bus en de eerste 4 uur is dezelfde route als naar Pokhara. Het is een tikkeltje warmer in Chitwan (38C) en als we om half 2 aan de lunch zitten gutst het al lekker naar beneden. We hebben de middag om even bij te komen en als we op verkenningstocht gaan op het terrein van het hotel vinden we een olifant! Het is er 1 van de velen die de olifantsafari doet, en erg tam. We hebben geen fototoestel bij ons, en als we met het toestel terugkomen, zijn we net op tijd. Het is safari tijd en de olifant heeft een houten bakkie op z'n rug en verdwijnt richting park. We besluiten de olifantentrek te volgen en lopen mee. Vanuit alle hoeken komen olifanten met mahouts (de stuurman) richting park. Het is een mooi gezicht. Het is erg warm en we houden het lopen niet lang vol. Op de terugweg kopen we twee flessen water, waarvan er 1 onmiddellijk opgaat. Jeetje wat is het warm!
Het is wel heerlijk rustig zo net buiten het park. We krijgen aan het eind van de middag een uitleg over de thuru, het volk dat in het gebied woont. We zien hoe ze wonen, lemen hutten, en horen hoe ze malaria bestendig zijn. We lopen langs een grote olifantenstal, een stuk door het bos en komen uit bij een rivier. De zon staat op het punt onder te gaan en we genieten van het uitzicht. Er zijn ook een paar olifanten in de rivier en de toeristen laten zich op hun ruggen natspuiten met de slurf.
Na het eten is er nog een culturele show in het dorp, Roger blijft in de kamer en ik zie een zeer woeste dans-show van zo'n 20 jonge mannen met stokken en trommels. Fijn om naar te kijken!
De volgende morgen gaan we zelf op olifantsafari, waar we ontzettend naar uit hebben gezien.

Het is weer vroeg op en we gaan met de auto naar de opstapplaats. We klimmen een enorme trap op en proberen zonder kleerscheuren in het houten bakkie op de olifant te komen. Je zit met z'n vieren in zo'n bakkie elk op de hoek, dan zet de olifant zich in beweging en we schommelen met zo'n 5 olifanten het park in. Jeetje, wat is dit leuk. We gaan als eerste door een riviertje en al snel zitten we midden in het hoge olifantengras, daarna de jungle. Omdat je langs veel bomen en stuiken gaat werd er aangeraden lange mouwen en lange broek aan te doen. Dat was geen overbodig advies. Hoewel de mahout behendig met stok de meeste takken weghaalt krijgen we toch nog wel wat hier en daar om de oren. We schommelen nog wat door en ja, we zien een rhino! Met een kleintje... 1 maand oud. Het is een fantastisch gezicht. Verder zien we nog herten, apen, bijzondere vogels en veel te snel naar ons zin gaan we al weer terug. Maar na de lunch hebben we nog een nieuwe kans op een tijger: de Jeepsafari. We zitten met z'n negenen (!) in een open jeep Suzuki 4wd, de gids hangt achter de auto. Hobbel de hobbel door de jungle.
De oogst is in het begin mager, een paar wilde zwijnen, aapjes, vogels, een varaan. Dan stuiten we op een grote groep herten. We blijven even staan en dan komt er nog een jeep aan en die blijft eerder staan, een grote neushoorn!
Het is nogal open dus we blijven op gepaste afstand.
We komen nog langs een grote rivier, zien heel wat watervogels, maar helaas geen dorstige tijger.
We bezoeken een krokodillenfarm. Schijnbaar hebben de bewoners van het gebied teveel krokodilleneieren gegeten en ze zijn nu uitgestorven. Hier proberen ze ze te fokken en weer uit te zetten. Het blijven onaantrekkelijke beesten.
Op de terugweg zien we nog wat neushoorns in het hoge gras, en plotseling een zeer boze rhino die recht op ons af komt stormen. De jeep maakt een noodstop en we buitelen over elkaar. Dan gaat de jeep als een speer in zijn achteruit veel gas gevend om de rhino af te schrikken. Uiteindelijk lukt dat en de rhino vertrekt in de jungle. De gids verteld ons dat hij in gevecht was met een andere rhino en niet wist waar hij heen was gegaan. Vandaar dat hij zijn woede op ons afreageerde. Spanning en sensatie. Ze kunnen levensgevaarlijk zijn.
De volgende morgen weer vroeg op voor een kanotocht. Onze gids heeft een vogelboek bij zich en wijst ons op diverse bijzondere vogels, waaronder ook een ijsvogel. We glijden door de zeer ondiepe rivier met de stroom mee en worden stil van de overweldigende stilte en de prachtige natuur. Na een klein uurtje, veel te snel, worden we al weer aan het ontbijt gezet. Dan is ons jungle avontuur weer voorbij en zitten we weer in de bus naar Kathmandu. De 6 uur worden dit keer wat meer, de boeren hebben besloten te staken en hebben de weg afgezet. 3 uur te laat komen we vermoeid aan in Kathmandu. De volgende dag is een laatste regeldag, we doen de was, nou ja, we brengen het weg, we ruilen het Nepal boek voor 1 van India, ruilen onze uitgelezen boeken om voor nieuwe, we zijn klaar voor een nieuw land.
7 Days in Tibet
O jee, we gaan naar Tibet! Dit is toch wel even een hele oude wens die in vervulling gaat!
Om 20.00 uur worden we (12 man) weggebracht naar de trein, het begint al goed met een tas die vergeten wordt en een tas die teveel is, we krijgen koekjes en thee voor hoogteziekte mee van Sim, onze gastheer in het hostel van Chengdu, en om 9 uur zitten we toch met z'n allen in de trein, 5 Israeliers, 3 Hollanders, 3 Jappanners en 1 Spaanse.
Wel allemaal in verschillende coupe's, wij hebben een soft sleeper, (de duurste optie, 4 bedden) er zitten een paar in de hard sleepers (6 bedden per coupe) en er heeft er zelfs 1 een hard seat.
De treinreis is voor ons zeer relaxed. Met Noa en Yoav delen we de coupe en we kaarten wat, kijken een bizarre film (met Dicaprio: Shutter Island) en krijgen zelfs een zuurstofslangetjes om de nacht door te komen! Het is 44 uur naar Lhasa maar we vermaken ons prima, het landschap is een bijzondere afleiding, en de trein gaat niet hard, soms staan we tijden stil. We eten in de restauratiewagon, best lekker. We kletsen wat met andere passagiers en voor we het weten rijden we Lhasa binnen. De trein neemt een bocht en we zien het Potala Paleis! We raken enthousiast, het is een fantastisch gezicht!

We worden opgewacht door onze gids, en krijgen een witte sjaal aangereikt (een katag, we zullen er nog velen zien). Jammer genoeg is een Japanner z'n Tamagotchi kwijt en we wachten en wachten, helaas hij wordt niet meer gevonden, de trein is al weg! Sneu, we zijn daardoor wel te laat om een reservering voor het Potala Paleis te maken voor de volgende dag. Misschien maar goed ook, want het Potala Paleis is 13 verdiepingen hoog en om boven te komen heb je wel veel adem nodig, wat op deze hoogte (3700 meter) echt niet meevalt.
We checken in in ons Cool Yak Hotel, en na 4 verdiepingen klimmen moeten we bijna aan de zuurstof, mens wat valt dat tegen!
's Avonds doen we rustig aan en eten yak met tsampa, de nationale dish. De yak is wel lekker, een ietsje meer kauwen dan op een koe, maar de tsampa is vreemd, het is een klompje gerst en we proberen het eetbaar de maken door in de yak saus te dopen, maar het blijft een gek brokkie.
Later lezen we dat het met yak boter thee tot een balletje wordt gekneed, maar voor ons hoeft het niet!
We hebben na het eerste Nepalese eten nog een thee sessie op het dak van het hotel, en genieten van een prachtige maan die opkomt achter de bergen. Fantastisch!
30 april, het is koninginnedag, de zon straalt en het is 21 graden, mooie dag voor de koningin!
(pas later horen we over de regen in Nederland)
We hebben 's morgens een Tibetaans Museum (mwah....) en 's middags het Sera Klooster.
Fantastisch mooi! We zien een enorm complex met veel tempels, boeddha beelden, en als klap op de vuurpijl debatterende monniken. Dat is een heel schouwspel, met veel gebaren en een soort handenklappende tai chi bewegingen proberen de monniken hun woorden kracht bij te zetten. Geweldig!
's Avonds is het Barkhor verkennen. Het is een enorme pelgrim's rondgang (kora) om de Jokhang tempel heen, geflankeerd door honderden kraampjes die voornamelijk gebedswieltjes, boeddha's en kettingen verkopen. We laten ons meevoeren door de Pelgrims en kijken onze ogen uit naar jonge, oude, heel oude en stokoude pelgrims, die allemaal rond de tempel cirkelen. Sommigen storten zichzelf met elke stap op de grond, het is een bijzonder gezicht.
We vinden het ook zonder bier en vrijmarkt een super koninginnedag!
De derde dag in Tibet gaan we naar het Namtso Lake, 4 uur rijden vanaf Lhasa. Het is 1 van de heilige meren van de Tibetanen. Het meer verrast ons enorm, het is het 1 na grootste zout water meer van de wereld en de kleur is niet te beschrijven.

Als we dichterbij komen zien we ook nog ijsschotsten opgestapeld aan de rand van het meer. De versierde yak's staan ons droevig aan te staren en de eigenaren sporen ons aan om met hen op de foto te gaan, voor geld natuurlijk. Onze medenederlander besluit, ondanks het ijskoude water, een duik te nemen, en later blijkt onze gids hevig ontzet te zijn, het heilige water betreden is geen optie!
We blijven een beetje hangen bij de waterkant en genieten van het fantastische uitzicht. We lunchen zittend op een steen onder grote belangstelling van de onvermijdelijke groep half verwilderde honden. De anderen gaan nog een stukkie omhoog, maar wij blijven lekker zitten, we zitten toch op 4200 meter en alle bewegingen kosten veel inspanning, vooral omhoog.
De volgende dag is het eindelijk Potala dag! We staan voor een vreemde keuze: of 1 uur met de gids, of zonder gids en dan kunnen we er langer over doen. Na veel geharrewar kiezen we toch voor meer tijd zonder gids, en samen met de Lonely Planet dwalen we door de bovenste 3 van het 13 verdiepingen tellende paleis. Het is prachtig, alleen wel te merken dat het niet meer in gebruik is.
We missen de echte monniken en de Daila Lama!
's Middags staat de Jokhang Tempel op het programma, maar alleen Noa en ik hebben belangstelling en het wordt dus een damesuitje. We vragen de gids honderduit en genieten van alle buddha's en bodhisattva's. Op het dak is ook een mooi schouwspel, ze zijn het dak aan het repareren en de werkers hebben een soort aanstamp bezempjes en onder het aanstampen van de pas aangelegde lemen dakbedekking zingen ze uitbundig en maken danspasjes, een bijzonder gezicht! Later lees ik dat het arka heet, de line dance voor het aanstampen van de lemen vloer.
Ondertussen lopen Roger en Yoav wat door Lhasa, proberen de Potala nog even met zon te fotograferen en lopen genietend van de stad wat markten af. 's Avonds hebben we (weer) geen warm water en de manager wordt ter verantwoording geroepen. Roger gaat uit z'n dak tegen de manager. Er wordt nog net op tijd een confrontatie voorkomen en we krijgen 20% korting op de kamer.
De volgende dag gaan we op weg naar Shigatse, we krijgen een nieuwe, nogal verlegen en onervaren gids en een knal groen 16 persoons busje waar we de rest van de tijd mee richting de grens van Nepal zullen gaan. Onze reis verloopt voorspoedig, de Friendship Highway (865 km tussen Lhasa en Kathmandu) is goed, de vergezichten magnifique. Onze eerste stop is Yamdrok Lake, een ander heilig meer waarvan de kleur weer onbeschrijfelijk mooi is, een diepe tint turquoise. Gelukkig is onze medenederlander te overtuigen niet weer het water in te gaan! Als we weer in de bus zitten worden we na een tijdje staande gehouden door een man of 3 die met een plastic tafel in the middle of nowhere staan en geld willen hebben. Nu zijn we het inmiddels wel gewend door politiechecks te rijden, maar die checken alleen onze paspoorten en permit, deze willen geld.
Wij weigeren te betalen, en als ze zeggen dat het ook wel goed is voor de helft van de mensen te betalen vinden we het nog vreemder worden. Affijn, we blijven een half uurtje staan, de gids haalt veel zijn schouders op. Na wat heen en weer bellen, kunnen we uiteindelijk toch zonder te betalen doorrijden. We bezoeken nog een klooster, Pelkor Chode, onze gids komt niet verder dan dat er drie boedhistische stromingen samen komen en dan gaan we maar met de Lonely Planet verder naar binnen. Het klooster is weer prachtig, met sublieme muurschilderingen, vele buddha's en een serene sfeer. Ernaast is een enorme stupa (de Gyantse Kumbum, letterlijk 10000 beelden stupa, de grootste van Tibet) met op elke hoek en in elke windstreek een tempel, en dat 3 verdiepingen, het is errug mooi. Helaas staan we onder tijdsdruk en moeten we verder. Dan komen we aan in Gyantse. De meesten van de groep reizen very low-budget en we zijn wel verplicht in 1 hotel te slapen.
We rijden 3 hotels af, en uiteindelijk gaan we toch weer terug naar de eerste. De 2-persoons kamers zijn erg duur en we besluiten om een slaapzaal te nemen maar als we na het eten op de bedden zitten, vragen we ons af wat we aan het doen zijn (het is er smerig en de matrassen flinterdun). We besluiten om toch een kamer te nemen. Het is een goed besluit, we slapen als Tibetaanse marmotten.
Uitgeslapen nemen we de volgende morgen een kijkje in het zomerverblijf van de Panchen Lama (de tweede Lama zeg maar). Het is een heel dorp, erg levendig en we genieten volop. Er staat een enorme Buddha van 27 meter, helaas mag je deze niet fotograferen.
Weer in de bus gaan we op weg naar Everest Base Camp, helaas houdt de asfalt weg er mee op en we gaan verder over een verhard zandpad met kuilen en keien, en heeeel veel haarspeldbochten. We hobbelen en stuiteren zo'n 4 uur en zien opeens een besneeuwde piek, we raken opgewonden en willen foto's. Maar dit is niet de Everest, onze gids kijkt onzeker, het kan ons niet schelen. Een kwartiertje later is het wel de Everest en we zijn niet meer te houden. Hij staat er prachtig bij en we blijven fotograferen.
Het is wel erg koud inmiddels. Na nog een kwartier zijn we bij het tentenkamp vlakbij het Base Camp, waar we zullen gaan slapen. Het is snel donker en de Mt. Everest (of Mt. Qomolangma zoals ze 'm in Tibet noemen) is uit het zicht verdwenen. Het gaat ook nog licht sneeuwen. In de tent is het lekker warm, we krijgen thee en Yoav verdwijnt in de 'keuken' om samen met onze Tibetaanse gastvrouw noodles te maken. We eten en snel daarna worden onze bedden opgemaakt. Ik kan de slaap niet vatten en lig wat naar de binnenkant van m'n oogleden te staren. We zitten op 5000 meter en ademen is niet eenvoudig. Het wordt een onrustige nacht, en we staan op om 6 uur met de bedoeling om naar het Base Camp te lopen. Na zo'n nacht realiseer ik me dat me dat niet gaat lukken, het is een uur lopen niet zo heel stijl maar toch 200 meter omhoog. We besluiten met de bus te gaan. De rest gaat wel lopen en als we aankomen op het Base Camp viert de bewolking hoogtij, er is weinig te zien van de enorme berg.
Teleurgesteld maken we toch nog een Everest Base Camp Foto.

Als we terugkomen in het tentenkamp zwaaien we nog snel naar de Tibetaanse gastvrouw en we gaan dezelfde weg weer terug over de verharde weg met keien en kuilen.
Als we weer op asfalt rijden wil de gids dat we uitstappen zodat de chauffeur kan tanken. We kijken om ons heen en zien niks, het is ook nog erg koud en we willen niet uitstappen. Hij moet ons maar naar een beschutte plek brengen. Dat doet hij ook en we eindigen in het checkpoint van de Chinese politie. Daar wachten we een tijd op de bus, en als deze uiteindelijk aan komt rijden, rijdt 'ie spontaan tegen een jeep aan. Toestanden. Er ontstaat een grote discussie, die we niet kunnen volgen.
Uiteindelijk kunnen we toch weer instappen. We gaan onderweg naar Tingri om de 5 mensen af te zetten die weer terug naar Lhasa zullen gaan. De rest van ons heeft nog een paar uur te gaan naar de grensplaats Zhangmu, waar we zullen overnachten om de volgende dag over de vriendschapsbrug naar Nepal te gaan.
Het is te snel voorbij gegaan deze 7 days in Tibet, maar het is wel een onvergetelijke ervaring om op het dak van de wereld te zijn!
Jiuzhaigou, Je moet er wel wat voor over hebben.......
Op 22 April besluiten we om voor 4 dagen (2 dagen reizen en 2 dagen park) heen en weer te gaan naar het Nationale park in Jiuzhaigou, moet geweldig mooi zijn, volgens de vele verhalen die we horen, maar ook roept bijna iedereen: de reis van 10 uur is wel afzien.....we zijn benieuwd.
De ochtend start om 6 uur met de wekker, slaperig rennen we onder de douche door en gooien de laatste zaken in onze backpacks om dan stipt 7 uur de lobby van het hostel binnen te lopen, aldaar wacht een Maleisische medereiziger op ons (die ik voor het verhaal vanaf nu Huo ga noemen, omdat we eenvoudigweg zijn naam zijn vergeten) Huo dus, waarmee Gea gister heeft afgesproken een taxi naar het busstation te delen.
Na groet en handdruk gaan we met de taxi naar de bus, aldaar blijkt dat van de 2 bussen die vandaag naar Jiuzhaigou rijden er 1 kapot is dus rijd er maar 1, de plaatsindeling van de bus is nu dus volgens het 'first come, first serve' principe (voor het eerst ben ik blij dat ik ergens te vroeg ben) en we nemen met stoelkaartjes 2 en 3 stoel 1 en 2 in beslag.
Natuurlijk duurt het niet lang alvorens de eigenaar van kaartjes 1 en 2 zijn plaatsen komt opeisen, in dit geval blijkt dat een jong chinees meisje met haar zwijgzame vriend te zijn, die druk en luidruchtig (gek dat ze dan wel vloeiend engels spreken) haar plekken opeist, met tegenzin (laat ik maar niet al te uitvoerig zijn over hoe kwaad ik werd) en later spijt geef ik toe en we verhuizen naar plek 16 en 17.
We beginnen de reis met de oudste en rustigste van de 2 chauffeurs, met rustigste bedoel ik dat hij toetert als het noodzakelijk is en rekening houd met het feit dat hij levende have achter zich heeft zitten, en rijden de stad door, helaas neemt de jongere chauffuer het na een paar kilometer van hem over en daarmee begint een wild festijn van toeteren bij letterlijk alles wat beweegt of kan bewegen en sturen met een bus van 20 meter alsof je in een Fiat 500 rijd, je begrijpt dat we ons schrap zetten en vloeken dat we geen niergordel om hebben gedaan.
Na een enerverende rit van zo'n 150 km (de helft van het totaal schat ik) de stad uit en de snelweg op en weer af stoppen we, op een tweebaansweg met de bergen in zicht, bij een tankstation en opgelucht dat we dit deel hebben overleefd springen we de bus uit en strekken de benen, ik besluit toch even gebruik te maken van het toilet en ervaar het smerigste toilet dat ik ooit heb gezien.
Lang duurt deze pauze niet want als de tank vol zit worden we gesommeerd om snel te gaan zitten en de rally gaat verder.
Vlak voor we de bergen in rijden in, naar ik vermoed, Pingwu stoppen we voor de lunch, de hele goegemeente rent een restuarant binnen maar wij besluiten om, in de enigszins frisse lucht, een boterhammetje in het park te doen luisterend, tussen het toeteren door, naar gezang uit de tegenover liggende boedistische tempel.
Na een half uur vertrekt de bus weer met gelukkig de oudere chauffeur achter het stuur, we slingeren langs een rivier omhoog de bergen in tot we om 4 uur 's middags de top bereiken van 3700 meter waar zowaar sneeuw ligt, hier houden we een korte fotostop

en vervolgen daarna onze weg weer naar beneden om rond 6 uur eindelijk in Jiuzhaigou te arriveren.
We pakken samen met Huo een taxi naar een hostel, ook een Chinese jongen van rond de 25 kruipt bij ons in de taxi (hij blijkt dat met Huo in de bus te hebben afgesproken) zijn naam is Cho en naar zijn mening is zijn engels matig, doch dat word in de komende dagen steeds beter.
In het hostel aangekomen en ingecheckt spreken we af om gezamenlijk met z'n vieren te gaan eten, en lopen naar een restaurant wat ons word aangeraden door het hostel, bij het bestellen besluiten wij om de Chinese kant te laten kiezen en te eten wat er op tafel komt en dat blijkt geen slechte keuze want we eten heerlijk daarna keren we voldaan terug naar de kamer en zetten de wekker op 6 uur.
Bonne nuit.
23 April. De wekker gaat vroeg en we springen uit bed, onder de douche en dan snel in de kleren, het is namelijk stervenskoud in de kamer, gisteren bij inchecken hadden we de keuze tussen wel of geen verwarming en wij, rasechte hollanders, dachten wel zonder te kunnen....tsja.....
We verzamelen om 7 uur zoals afgesproken in de lobby en pakken samen een taxi naar Jiuzhaigou Valley Nature Reserve aldaar aangekomen lopen we het ticketoffice binnen en willen een ticket voor 2 dagen kopen (op het internet hebben we gelezen dat je, door middel van het laten nemen van je pasfoto, de volgende dag zonder bijbetaling naar binnen mag, de moeite waard aangezien de dagprijs 310 yuan pp is, dat is grof 32 euro pp) maar dat blijkt volgens de mevrouw achter de balie niet meer mogelijk omdat de termijn daarvoor verlopen is, daarintegen blijf ik bij hoog en laag volhouden dat het op het I'net staat en vind dat zij zich daaraan moeten houden.
Voor dat het geheel escaleerd grijpt Gea in en we gaan voor de volle prijs zonder pasfoto naar binnen.
Eenmaal binnen stappen we in de parkbus die ons naar boven rijd tot we halverwege onze vrienden zien lopen en manen de bus tot stoppen, we springen eruit en de bus rijd weg.
Voor het eerst sinds 2 maanden ervaar ik weer de stilte van de natuur en geniet er met volle teugen van, na kort overleg kruisen we de asfaltweg en lopen over de paden en houten bruggen langs het riviertje stroomopwaarts tot we het eerste meer tegenkomen, daar houd ik even stil en vergeet het leed van de afgelopen 24 uur, wat is dit mooi, hoeveel moeite en trubbels het ook heeft gekost, dit is het helemaal waard!!!!!

De rest van de ochtend word een opeenvolging van mooie meren, stroompjes en grote en kleine watervallen de een nog mooier, overweldigender of subtieler dan de andere.

Tegen het middaguur arriveren we bovenaan de rechterzijde van het park (nu nog de linkerzijde en de onderkant) waar we lunchen en een schitterende halo om de zon heen zien die by the way op deze hoogte pittig aanvoelt.

Na de lunch pakken we de bus en dalen af naar de Y splitsing om daar via de linkerzijde weer omhoog te gaan, helaas word wandelen ons afgeraden omdat de lagerliggende meren droog staan, bummer.... de enige mogelijkheid lijkt met de bus omhoog en het bovenste meer bezichtigen wat we dan maar doen.
Boven aangekomen is er eigenlijk niet veel meer te zien dan een groot bergmeer waarvan het waterpeil duidelijk een meter of 15 te laag is, we volgen Cho die, een verboden toegangbord volkomen negerend, richting de rand van het meer loopt waar zich, buiten het zicht van de grote menigte, een vanwege laag waterpeil afgedankt havenponton ligt en diverse speedbootjes als oud vuil zijn achtergelaten, dit is een bizar plaatje.

Na een paar minuten foto's maken en rondlummelen keren we terug naar de bus die ons terugbrengt naar de Y splitsing, terwijl we naar beneden gaan overleggen we wat te doen, het is dan rond 2 en het park sluit om 6 uur, nadat ieder zijn zegje heeft gedaan besluiten we om het laatste stuk (van Y splising naar receptie) vandaag maar te doen en er over na te denken om morgen een ander park te doen.
Zo gezegd zo gedaan vervolgen we de weg wandelend naar beneden er ervaren nog een aantal fraaie meren, toch blijken we het mooiste die vroege ochtend alleen en in alle rust te hebben gezien.
Rond half 6 eindigen we de dag in Jiuzhaigou Valley Nature Reserve en lopen de laatste kilometer van die dag naar hetzelfde restaurantje bijna naast het hostel voor een Chinese hotpot met onze vrienden.
Tijdens de hotpot spreken we af dat we de volgende dag gezamenlijk het Huanglong Valley Nature Reserve gaan bezoeken waarop Huo direct zijn telefoon pakt en iemand belt.
Nadat hij heeft opgehangen vertelt hij dat dat de taxi chauffeur was en dat hij een werelddeal heeft gemaakt: voor 360 yuan met z'n vieren per taxi heen en weer naar Huanglong, dat is 90 pp en komt neer op hetzelfde als je per bus zou betalen, en dat is goed nieuws want ook de toegang tot Huanglong blijkt niet goedkoop (280 yuan zeg zo'n 29 euro pp).
Nadat we terug zijn gelopen naar het hostel en op bed nog even napraten over deze prachtige dag, kom ik tot de conclusie dat ik vanochtend mezelf voor niks op de kast heb gejaagd.
Bonne nuit.
24 April De volgende ochtend slapen we iets uit en komen rond 8 uit bed, de taxi komt stipt om 9 uur voorrijden en we vertrekken voor de 3 uur durende rit naar Huanglong.
De eerste 1,5 uur gaat over prima asfaltwegen tot aan het plaatsje ........ , dan begint een slingerende klim over een slechte weg, die voor 80 % 'under construction' is, naar de top van een 4966 hoge berg,
'Under construction' komt in China neer op: bulldozers midden op de weg, enorme vrachtwagens vol zand, veel kleine tractoren met aanhanger vol keien, walsen die cementplaten plat drukken, zwaar overbeladen vrachtwagens en touringcars vol passagiers, dit hele verhaal probeert zich over een weg te werken wat eigenlijk een 4 tot 6 meter breed modderpad is zonder afscherming tegen de peilloze afgrond.

Tel hier het feit bij op dat we dwars door de bewolking gaan en dus geen hand voor ogen zien, dan begin je te voelen welke doodsangsten wij 1,5 uur lang hebben uitgestaan.
Gelukkig blijkt onze taxichauffeur een zeer vaardige ex-vrachtwagenrijder te zijn die zijn kleine Toyota smoothly naar Huanglong loodst.
Aldaar komen we rond 11.30 aan en beginnen eerst met lunch in een klein lokaal restaurant, een menukaart is er niet dus wij zijn weer blij met onze Chinees sprekende vrienden.
We genieten van een pittige lunch en vertrekken na afgerekend te hebben richting de kabelbaan van het Huanglong Valley Nature Reserve.
Deze zal ons direct naar de top brengen vanwaar we naar beneden lopend de uitgang zullen bereiken, boven aangekomen lopen we eerst door een besneeuwd dennenbos alvorens we het eerste uitkijkpunt bereiken en het is alsof de duvel er mee speelt want het uitzicht is wederom niets door laaghangende bewolking.
We gaan dus maar verder en bereiken na enige tijd het eerste kalkbassin (waar dit park om bekend staat) met smaragdgroen water, prachtig al is het nog steeds wel wat mistig.

Helaas voor ons was dat het enige bassin waar water in stond (de Chinezen gaan je echt niet van te voren vertellen dat er geen water is) van de ruim vijftig die we verder in de afdaling tegenkomen.
Enigszins teleurgesteld keren terug naar de taxi om de helse duivelsrit in omgekeerde volgorde nogmaals mee te maken.
Terug in Jiuzhaigou eten we nog 1 maal in 'ons' restaurant en duiken vroeg in bed, morgen weer 10 uur in de bus terug naar Chengdu.
Bonne nuit.
25 April Om 7 uur staat onze vertrouwde taxichauffeur weer voor de deur om z'n laatste (korte) rit met ons te maken naar de busterminal, zo'n 2 km van het hostel.
Na een ontspannen ritje arriveren we bij de bus en we zoeken onze plek op, we zitten op de voorlaatste rij naast elkaar,
Onze Maleisische vriend heeft minder geluk, hij zit achterin naast het raam wat s'nachts open heeft gestaan en die nacht heeft het behoorlijk geregend dus een klamme terugrit voor Huo.
De terugrit zelf was voor mijn gevoel korter dan de heenrit (in tijd was hij evenlang) en verloopt redelijk goed, alles went he.
In Chengdu nemen we afscheid van Cho en pakken samen met Huo een taxi (help....weer een groen/zilveren VW jetta) naar ons vertrouwde hostel van Sim, aldaar krijgen we onze oude kamer terug en blijkt de groep naar Tibet gegroeid te zijn tot 12 personen.
We besluiten om bij Sim wat te happen en komen die avond zo'n beetje de hele Tibetclub tegen inclusief 1 nieuwe: een hollander..... maar daarover de volgende keer meer.
Bonne nuit.
Lui in Chengdu
We mogen weer in de D trein (van Deluxe) van Chongqing naar Chengdu. We komen in de middag aan en checken in bij Sim's Cozy Garden Hostel. Het klinkt gezellig en we vinden het gelijk al leuk. We duiken nog even het openbaar vervoer in naar het centrum en groeten Mao op het plein.
We eten in het inmiddels vertrouwde tl-licht onze eerste maaltijd in Sichuan, erg la (pittig) en ma (een soort prettige verdoving op je tong). De keuken van Sichuan is beroemd, en wij kunnen het er nu al mee eens zijn, het is heerljk!

De volgende dag is een was en versteldag, nee niet zelf, maar een naaister verhelpt diverse scheurtjes en zoompjes voor 30 eurocent. We proberen het naar boven af te ronden, maar gek genoeg willen Chinezen geen fooi. 's Avonds kijken we Little Buddha op onze kamer.
Dan lassen weer een sightseeing dagje in, we struinen langs het huis en tuin van de grote Chinese dichter Do Fu, lunchen weer heerlijk, eten suikerbeesten in het park en drinken thee op de antiekmarkt.
We gooien er nog een tempeltje tegenaan en eindigen de dag met een super Sichuan dish.
Panda's
Dan is de grote dag aangebroken, de Giant Panda-dag. Om 7 uur vertrekken we, om op tijd te zijn voor het voeren. We zijn met z'n 3-en en bezoeken de Giant Panda Breeding Research Base van Chengdu. Het park waar we eigenlijk heen wilden in Wolong is vanwege de aardbeving in 2008 gesloten, maar iedereen verzekert ons dat we hier genoeg kunnen genieten. En als we om half acht de eerste panda een stickie bamboe zien knabbelen raken we toch wel van 'ohh' en 'ahhh'.

We kunnen bijna niet ophouden te fotograferen, maar we moeten door, er zijn er nog veel meer. We gaan eerst naar het kleinere familielid, de rode panda, en daarvan willen er wel 2 mee naar huis nemen! Wat een schatjes.
Maar als we daarna de 3 maanden oude giant panda's zien, gaan we toch twijfelen, zullen we er hier dan maar een paar van meenemen? Ze hebben een enorme aaibaarheidsfactor, en het is dat we van Hilde weten dat ze eigenlijk niet zo vrolijk zijn, anders hadden toch wel adoptieplannen in gang gezet! We lopen ze allemaal af, de kleintjes, de pubers, de grown-ups, ze zijn allemaal om te zoenen. Wel loopt het tegen elf uur en er liggen er al een aantal voor pampus. We krijgen nog een zeer educatief filmpje te zien van het daten, paren, werpen en zogen van de schatjes. Wel een gedoe voor zo'n beest dat eigenlijk alleen energie genoeg heeft om te eten.
Na het museum kunnen we onze gids overtuigen dat we toch nog een uurtje langer willen blijven en snel rennen we het vrij grote park weer in, We schieten nog wat prachige plaatjes en ik vind het nu al een hoogtepunt van onze reis. Ik had graag een video'tje toegevoegd met de kleintjes, maar de Chinese overheid heeft besloten youtube (en ook facebook trouwens) te blokkeren. Jammer, maar we proberen het wel in Nepal.
Als we terugkomen proberen we nog wat plannen te maken voor Tibet, maar op de een of andere manier worden ze niet concreet.
Leshan visa
De volgende dag gaan we naar Leshan, een plaatsje 2 uur bussen van Chengdu, die naast een Giant Buddha (71 meter hoog) ook nog een andere attractie heeft, een PSB (Public Security Bureau) waar we van gehoord hebben dat je de visum in 1 dag kan verlengen ipv 5. Dat loopt anders dan we denken. We vertrekken veel te laat (de snelweg was gesloten vanwegen de mist!), staan nog een uurtje in een enorme file, en komen pas na 12-en in Leshan aan. Het bureau is dan al met lunchpauze en we 'doen'eerst de Giant Buddha, een prachtig uit de rots gehouwen buddha-beeld. Bij de trap naar z'n voeten staat een enorme rij Chinezen en het duurt (horen we later van onze medereisgenoten) 3 kwartier om af te dalen, we besluiten dat maar over te slaan. We moeten eerst ook nog een registratie in een plaatselijk hotel regelen voordat we ons visum kunnen verlengen en onze buschaffeur is er blijkbaar voor het eerst, want hij kan niets vinden! We rijden wat rondjes en vierkantjes en als we het uiteindelijk gevonden hebben en het hotel geregeld hebben is het 4 uur en het vonnis luidt : morgen om 4 uur klaar.... jammer.
's Avonds proberen we ons verdiet te verdrinken in een Sichuan Hot Pot, de Chinese fondue variant.
We knappen er erg van op! De volgende morgen ga ik alleen terug naar Leshan en Roger heeft zich op het blog gestort. Uiteindelijk lukt het allemaal toch en we mogen nu tot 18 mei in China blijven.
Nu wordt het toch tijd om Tibet te plannen. We hebben al gezien dat we als we met z'n 2-en gaan ongeveer Euro 450 kwijt zijn aan de gids, de auto en chauffeur voor een 8 daagse trip naar de Nepalese grens. Als we 2 er bij vinden is dit al de helft! We hangen een briefje op, en gaan wat zitten plannen in de hal. Dan komen er 2 Israeli's bij zitten en voor we het weten hebben we aan het eind van de dag een groep van 11 man! Geweldig!
Wij hebben inmiddels een trip geboekt naar een Nationaal Park Jiuzhaigou en we besluiten de plannen 's avonds met z'n allen definief te maken.
Crash
Tussendoor zijn we uigenodigd voor de lunch door de eigenaar van het hostel, Sim.
We vertrekken in 2 taxi's met z'n zessen, en we zijn nauwelijk onderweg of onze taxi raakt in volle vaart pardoes een andere taxi die voorlangs komt scheuren. Het gebeurd allemaal in een flits en ik denk: oh jee.... maar als we als de donder uitstappen en alles even navoelen blijken we niets te mankeren, gelukkig. De belletjes van Ellen en het engeltje van Lisa hebben ons goed beschermd. De 2 meter lange Australier voorin heeft minder geluk en is met z'n hoofd tegen de voorruit geknald. Hij wordt afgevoerd met een ambulance en aangeslagen stappen we weer in een ander taxi, een vreemd gevoel.

De lunch is, ondanks de crash, gek genoeg fantastisch en als we terugkomen horen we dat de big guy al weer ontslagen is uit het ziekenhuis. Hij zou eigenlijk die avond vertrekken naar Tibet, maar besluit dit uit te stellen. Hij denkt aan een wiplash. We hopen voor hem dat het niet zo is!
We boeken 's avonds de trein naar Lhasa en betalen de helft aan voor de reis naar Tibet.
Morgen weer vroeg op, het duurt maar liefst 10 uur om met de bus in Jiuzhaigou National Park te komen!
Up the Yangtze River
Wijs geworden door zijn info stappen wij vervolgens met andere ogen het reisbureau binnen en krijgen daar een redelijk aanbod voor een 4 dagen cruise en de keuze uit 2 schepen, de een westers en de ander chinees, van beide hadden we al foto's gezien op het internet en die chinese is wel erg apart en word dus ook onze keus, we pingelen er nog 100 yuan pp vanaf en gaan voor 1800 yuan pp accoord voor een 4 daagse all-in cruise.
We spreken af met de reisbureaumanager om om 5 uur weer bij het reisbureau te zijn want hij zal ons dan persoonlijk naar het schip brengen, het is dan 3 uur en we gaan een lichte lunch doen, denken we, het word uiteindelijk wat snacks en fruit op een bankje in het gloednieuwe centrumpark.
Om even voor 5 zijn we terug bij het reisbureau en worden met een luxe hyundai busje in Chinese kamikaze stijl naar de boot gebracht waar we de komende 4 nachten zullen slapen, na een kwartiertje scheuren komen we bij de steiger en daar ligt hij of zij, met enorme drakenkop op de boeg, de Dragon.
We worden hartelijk ontvangen door Jerry onze Chinese engelssprekende tourguide en chillen en exploren de rest van de avond aan boord van een verdacht leeg schip.


De volgende ochtend (11-04) worden we al varend vroeg gewekt door een liftmuziekje dat niet bepaald ontspannen uit het speakertje in het plafond van onze hut komt, direct gevolgt door een stem (Jerry) die in het Chinees en vervolgens gebroken Engels aankondigd dat het onbijt nu word geserveerd gevolgt door 'make your way' later begrijpen we dat het de bedoeling is om als de sodemieter naar de ontbijtzaal te gaan, maar op onze 1ste ochtend doen we nog rustig aan en komen als laatste in de onbijtzaal, daar zitten reeds 28 chinezen aan 3 grote ronde tafels met op elke tafel een grote glazen draaischijf vol met schaaltjes met gerechten, aan een van de tafels zijn nog 2 stoelen leeg dus de keus van zitplaats is zeer beperkt, we nemen plaats op de stoelen en ik breek het ijs door met enigszins luide stem 'Good Morning' te zeggen en rond te knikken, van de tafels komen diverse reacties en men gaat verder met het onbijt wat zo goed als in zijn geheel bestaat uit chinese gerechten, wij starten voorzichtig met broodjes jam, (gelukkig is er ook koffie) cake en stukjes omelet maar laten de gekookte groentes en andere zeer pittig uitziende zaken voor wat het is en sluiten af met wat fruit.
Na het ontbijt gaan we terug naar de hut om nog wat spullen voor de excursie te pakken, we zijn nog geen 5 minuten bezig of daar is het speakertje: verzamelen voor de '3 Gorges dam' excursie in de lobby, we gaan naar beneden waar iedereen reeds is en krijgen een 'bootbadge' omgehangen, gaan van boord en klimmen in een forse touringcar die na een paar keer tellen van de koppen vertrekt richting dam.
Het is een druilerige, mistige dag en bij de dam aangekomen blijkt dat pas goed zichtbaar, eigenlijk meer onzichtbaar, de dam is (in zijn geheel) eenvoudigweg niet te zien, we zien een fraaie maquete binnen in een gebouw en vele foto's maar de lengte van de echte dam blijft onzichtbaar, wel zien we de sluizen waar we straks doorheen gaan en die zijn (zelfs van deze afstand) behoorlijk groot.
Niet geheel tevreden (ik had graag de massaliteit van het bouwwerk gezien) keren we rond het middaguur terug naar het schip waar het al weer bijna lunchtijd is (daar gaan we weer) net terug in de hut, speakertje, gang naar eetzaal, zelfde 2 lege stoelen aan dezelfde tafel, de tafelsetting was die ochtend om 08.00 voor de rest van de reis bepaald, deze lunch wagen we iets meer en komen er achter dat je met iedereen rekening dient te houden als je de draaischijf aanraakt en deze ook vast moet houden als je opschept anders gaat het schaaltje er vandoor en blijf je met de opscheplepel achter ook merken we dat een van de chinezen aan onze tafel in werkelijkheid Amerikaan is en heel aardig engels spreekt, zijn naam is Stan en hij legt bij veel gerechten uit wat we gaan eten en geeft daarbij ook gelijk een gradatie van binnenmondsverbranding, we komen erachter dat Stan met pensioen is en van wandelen houd (zijn vrouw juist niet dus die is niet mee) en deze trip voor de 2de keer doet, de 1ste keer deed hij voor de dam bestond dus hij doet een beetje 'zoek de verschillen'.
Tijdens de lunch vaart het schip de eerste sluis binnen en direct na de lunch spoeden we ons aan dek om dit gebeuren te aanschouwen, wat we daar zien is werkelijk enorm indrukwekkend, met een verval van 30 meter per sluis en dan 5 elkaarvolgende sluizen kun je je daar wel iets bij voorstellen.


Na de sluizen komen we in het meer wat de Yangtze rivier daar achter de dam heeft gevormd en stomen stroomopwaarts door de eerste gorges, de Xiling gorge, naar Wushan.
We gaan naar de hut om nog een uurtje te chillen en Gea neemt een bad, althans dat dacht ze, want wat blijkt het bad stroomt niet goed door en de badkamer dreigt langzaam vol te lopen, niet het beste idee op een boot dus we roepen hulp in die even later komt in de vorm van een kamermeisje die heel vaardig het badfilter uit de vloer frummelt en het gebadder kan beginnen voor Gea.
Na ongeveer een half uurtje badderen begint het speakertje te verkondigen dat het avondeten genuttigd kan worden maar Gea ligt nog in bad en ik maak me niet zo druk over het exacte tijdstip van aanvang, totdat de telefoon gaat en een nogal drukke Jerry aan de andere kant van de lijn roept dat we toch haast moeten maken, ik wimpel het telefoontje af met 'my wife is still in the bath and it could take another 15 minutes' na een paar minuten wederom telefoon, ditmaal een duidelijk gestresste Jerry die verteld dat de kapitein op ons staat te wachten en we nu echt direct moeten komen, op dat moment schiet er door mijn hoofd 'captain welcome diner' en roep dat we onderweg zijn, motiveer Gea om in de vijfde versnelling te gaan en we lopen richting diner, bij binnenkomst begint het schaamrood al te stijgen, iedereen staat op en de kapitein die naast onze tafel staat proost op onze gezondheid, we pakken snel ons glas en proosten terug en ronden de tafel al proostend af en gaan zitten, hebben wij dit !!!!!!
We starten de maaltijd die geweldig is en uit zo'n 20 gerechten bestaat met aan het einde fruit.
Na het avondeten hou ik het voor gezien en ga op bed een beetje zappen, Gea heeft nog wel zin en duikt bovendeks het avondvertier in, wat daar werkelijk gebeurt merk ik 2 avonden later pas maar op dit moment heb ik de indruk dat we een kudde olifanten aan boord genomen hebben, Gea komt even later binnen en zegt dat het erg leuk was en verder niets, had je maar moeten meegaan.
Weltrusten.
De volgende dag (12-04) zijn we wel op tijd zijn voor ontbijt, lunch en diner, en de excursie vandaag gaat naar de 'Lesser 3 Gorges', daarvoor meren we aan in Wushan en stappen over op een soort hoge rondvaatboot die ons 1,5 uur stroomopwaarts een zijtak van de Yangtze op brengt en ons diverse steile en of overhangende bergwanden (gorges) laat zien, halverwege komen we aan bij een kleine steiger waar een 30 tal chinees overdekte pramen met buitenboordmotor liggen we stappen daarin over en gaan verder stroomopwaarts, je begrijpt het al het word hier alsmaar smaller waardoor de gorges nog hoger lijken, erg mooi, op een gegeven moment ligt er een oranje boei in het midden van de stroom deze blijkt het draaipunt van onze trip aan te geven waarna we nogmaals alle gorges in omgekeerde volgorde langs zien komen.
Terug in Wushan op de Dragon staat de lunch reeds klaar en wederom is het genieten.
Na de lunch varen we door de Wu gorges en vlak daarna door de Qutang gorge, zeer fraai, de vergelijking met de Gorges du Verdon in Frankrijk gaat wel op alleen zijn deze in China veel groter en het water is bruin/groen in plaats van aquamarijn.


De rest van de middag hebben we zowaar voor onszelf tot rond zessen het speakertje zijn boodschap weer verkondigd, na het eten is het voor mij tijd om terug naar de hut te vluchten want het is karaoke avond, en als ik nou ergens een enorme hekel aan heb dan is het wel..........
weltrusten.
Dag 3 (13-04) start zoals voorgaande en we bereiden ons voor de de 3de trip, deze gaat naar Fengdu Ghost City, want denk je nu als je die naam hoort en aan boord bent van een cruise bent die in feite over diverse overstroomde en verlaten dorpen heen is gevaren?.... juist, dat je de overblijfselen van een dorp of stad gaat zien. Nou, dat is dus niet zo, Ghost City is een Buddha en Tao tempel die het spirituele hiernamaals weergeeft, er zijn dus vele beelden van goed- en kwaadaardige geesten, enigszins teleurgesteld door mijn eigen verwachtingspatroon slenter ik door het tempelcomplex en zie vele gruwelijke taferelen in beelden en tableau's (google naar Fengdu Ghost City afbeeldingen en je begrijpt wat ik bedoel) na een uur hou ik het voor gezien en slenter terug naar beneden.
Terug op het schip is er wat wind opgestoken en het is alweer lunchtijd, we nuttigen de lunch en worden en passant door Jerry erop geattendeerd dat het vanavond de 'captain farewell diner' is. Na de lunch trekken we ons terug in de hut om wat te chillen en te lezen (eten en excursies zijn en blijven vermoeiend), na een uur of 2 beginnen we ons af te vragen waarom we nog steeds stilliggen en in onze fantasie passeren diverse redenen de revue: geen toestemming v/d autoriteiten, te druk, te laag water, te veel stroming of te veel wind, we weten het niet en laten het er maar bij, al met al hebben we een zeer ontspannen middag en worden rond zessen door het speakertje tot de orde geroepen, de captain farewell party, we haasten ons richting diner en zijn zowaar een van de eersten die binnenkomen.
Even later als iedereen aan tafel zit komt de kapitein binnen, klein van postuur en in smetteloos wit uniform, hij geeft een chinese speech en heft het glas, wij heffen, ondanks dat we zijn speech niet begrepen hebben, vrolijk mee en proosten we de tafel rond.
Het diner vangt aan en ditmaal zijn er rond de 30 gerechten op tafel, allen wederom zeer smakelijk.
Aan het einde van het diner komt Jerry bij onze tafel staan en steekt een verhaal in het chinees af, gevolg zijn vele verbaasde blikken bij onze chinese tafelgenoten, direct daarna vertaald hij het volgende voor ons: de kapitein heeft besloten vanwege de forse wind niet meer verder te varen, morgenochtend om 7 uur worden we door een touringcar naar Chongqing gebracht, of we daar bezwaar tegen hebben.
Nu, welk bezwaar kan je tegen een kapiteinsoordeel inbrengen.....?
Dus we gaan akkoord, tafel 2 naast ons, die met een scheef oor hebben meegeluisterd, denken daar heel anders over en er ontstaat een luidruchtige discussie tussen personeel en passagiers, die na een kwartier lang naar elkaar schreeuwen door een oudere man abrupt word gestopt, op dat moment lijkt het alsof er al die dagen lang aan elke tafel een tafeloudste heeft gezeten, die nu bij elkaar aan een lege tafel gaan zitten en de discussie voortzetten, zij het een stuk rustiger.
Ondertussen is een van de crewleden de kapitein gaan halen die in zijn normale kloffie binnenstapt en zich bij de tafeloudstetafel meld, en binnen 1 minuut is de discussie weer zeer luidruchtig en doet iedereen mee (behalve die 2 bleekbekkies uit Holland en de Amerikaanse chinees Stan).
Na een half uur, zonder vertaling, meeluisteren zijn we er wel klaar mee en besluiten naar de hut te gaan en de rugzakken in te pakken want morgen is het vroeg dag.
Zo tegen achten zegt Gea dat ik het eigenlijk niet kan maken om niets van het avondvertier te hebben meegemaakt en overtuigd me om mee te gaan naar de Dragon Crew Show.
De show bestaat uit een aantal zang en dans nummers uitgevoerd door de jongens en meisjes die overdag de kamers doen of in het restaurant bedienen, we erg leuk om te zien, maar mijn god, wat staat het geluid hard, de zwaar overstuurde speakers blijven nog maar net in hun kast hangen.
Daarna ontdek ik de herkomst van de olifanten want onder wederom zeer luide muziek is het polonaise en hossen geblazen, waarbij iedereen zonder uitzondering moet meedoen, voor ongeveer een kwartier lang, en daarmee komt er na een klein uur een vrij direct einde aan de Dragon Crew Show.
We gaan naar terug naar de hut en lezen nog wat alvorens we vrij vroeg gaan slapen.
Omstreeks middennacht word er 2 maal op de deur geklopt en ik word wakker (realiseer me dat we weer varen) en voor ik kan/wil reageren gaat de persoon aan de deur weer weg, even later gaat de telefoon die ik na 4 keer pas opneem (hoopte dat hij vanzelf zou ophouden) Jerry aan de lijn met een warrig verhaal wat hier op neer komt: de passagiers hebben om 12 uur s'avonds hun zin gekregen, we varen weer, en morgen om 11 uur verwachten we aan te komen in Chongqing.
Ik bedank hem (op mijn wel bekende korte wijze die bij mijn wakker worden hoort) en duik terug mijn bed in en zet de wekker uit.
Weltrusten.
Dag 4 (14-04) We worden even voor 8 wakker van de golven die de boeg van het schip maakt en daarna van het speakertje, ontbijt en we varen nog steeds, we blijken al redelijk dicht bij Chongqing te zijn maar vanwege de pittige stroming en drukte is het filevaren en kan het nog wel even duren.
Omstreeks het middaguur nemen we afscheid van onze Chinese vrienden dmv foto's en handdruk en gaan met rugzak op van boord, ik heb een hotel redelijk dicht bij de haven gevonden in de LP en besluit dat we dat voor 1 nacht maar moeten doen.
We vragen de richting naar het hotel aan een Chinees die ons vervolgens naar zijn winkel brengt, bedankt! Terwijl hij uitnodigend in zijn winkel staat te roepen lopen wij verder en vragen hetzelfde aan een jongere Chinees, die weet het wel en binnen 5 minuten staan we voor het hotel, ik besluit de kamer te controleren alvoor we inchecken, het is een redelijke kamer op het eerste gezicht die wel wat naar rook ruikt, maar ja, het is maar 1 nacht, we checken in gooien de zakken op de kamer en gaan Chongqing in voor een lunch, na de lunch gaan we richting centum en met de kabelbaan naar de overzijde van de rivier om daarna weer direct terug te gaan met dezelfde kabelbaan, weer in het centum regelen we een treinticket voor Chengdu en gaan we bij Starbucks, onder het genot van lekkere kofie, online om een hostel te boeken.


Voor we het hotel induiken eten we nog wat pittige kip en groente bij een klein TLbuis tentje (erg lekker) en gaan uiteindelijk naar de kamer, aldaar blijkt mijn keuze qua hotel toch niet de beste te zijn, de kamer stinkt naar een combinatie van oude rook en open riool (nadat de gehele middag het raam heeft open gestaan) en de mede hotel gasten (bijna allemaal chineze zakenlieden) blijken zeer luidruchtig en vinden het vreemd als je daar iets over zegt.
Maar ja, het is maar 1 nacht........
Ik geef Gea een kus en doe mijn oordoppen in.
Weltrusten.
Aardbeving
Horen net van de aardbeving in het westen van China. We zitten er niet in de buurt hoor! We schatten dat het zo'n 1500 km hier vandaan is (we zitten nu in Chongqing, net terug van een paar dagen cruisen over de Yangtze, waarover later meer!)
Terug in China
We zijn terug in China, Shanghai, we komen met een man of 10, westerse backpackers, de boot af en lopen samen naar de metro. Morgen spreken ze nog af om wat te gaan eten met z'n allen, maar wij gaan door, Na een nacht zonder golfslag kopen we een treinkaartje naar Suzhou, een klein plaatsje denken we maar heeft toch nog 4,1 miljoen inwoners (!) We komen aan om een uurtje of 1 's middags en denken de afstand naar hostel wel te kunnen lopen, dit loopt uit de hand en we ploeteren bijna een uur door Suzhou, net op het moment dat we in een taxi willen stappen, vinden we de straat met het hostel. We slapen in een (weliswaar vrij hard) hemelbed! We raken al getrained op de harde bedden en ik denk dat we aan het eind van China ons diploma Fakir kunnen ophalen!
Suzhou is prachtig, beroemd om zijn tuinen, we struinen er heel wat af, de grootste is 5 ha en we zijn er bijna een hele middag zoet mee, heerlijk. Overal prieeltjes en prachtige gebouwen met fantastische namen zoals 'Pavilion of eternal sunshine' of 'House of the falling plums'. De tuinen zelf hebben ook prachtige namen als Garden to Linger in, Humble Administrator's Garden of Garden of the Master of the Nets.

We leren steeds meer over het eten en als er geen menukaart is met plaatjes wijzen we iets aan wat er lekker uit ziet bij de buren..
Op 1 april vertrekken we naar Nanjing, weer met de trein en hebben een hostel vlak bij de Confusius tempel. De kamer is mini en het bed heeft een 3 mm matras, 1 onrustige nacht met veel herrie later besluiten we een apartement te boeken met Ikea meubels, het blijkt een fantastisch apartement te zijn op de 31ste verdieping met een super bed en een enorme tv en dvd speler, de dvd'tjes kosten hier 1 of 2 euro, dus we slaan er een paar in, kijken oa 'The Last Emperor' die zich afspeelt in de verboden stad van Beijing, wat leuk herkenbaar is, omdat we er zijn geweest.

Het wordt nu ook heerlijk weer en we luieren lekker aan het water in een van de parken van Nanjing, ook bezoeken we de purple mountain, een enorme berg midden in de stad.
We blijven tot 7 april en vermaken ons prima met botanical gardens en stadsmuren uit een ver verleden. Het is ook pasen, maar de chinezen doen er niet veel aan. Wel hebben we heerlijk lange skypesessies met familie en vienden.
De tocht gaat verder (weer met de trein) naar Wuhan, een (9) miljoenen stad die doorklieft wordt door de Yangtze en met 4,5 uur treinen een aardige tussenstop is op weg naar Yichang waar we een cruise willen maken langs de 3 Kloven. We hebben een super hostel, met heerlijk eten en genieten van het lenteweer in de Yellow Crane Pagoda, een 5verdiepingen tellend 'eeuwenoud' bouwsel wat 500 keer is afgebrand en vernietigd en vervolgens weer herbouwd, en waarvan de laatste versie (met lift!) uit 1980 stamt. Er is weer een prachtige tuin bij en we krijgen ook nog een voorstelling met chinese klokken, citer zang en dans.

De volgende ochtend wordt Gea beschuldigd van slaapwandelen, het brood is open en er is een stuk uit. Ook de nootjes met krokant laagje zijn open....het is een raadsel.
Het is niet vaak dat je kan zeggen: 'Zullen we aan de overkant van de Yangtze lunchen?', maar vandaag kan dat, en we nemen een ferry. We lunchen zalig met een stoofpotje met vlees en champions en lopen daarna naar Wuhan Beach, inderdaad een strandje aan de Yangtze. Het is heerlijk weer en we genieten van de zon en vliegerende chinezen.
We willen nog een tempeltje doen, maar zitten op de verkeerde bus, zien wel veel van de stad en eindigen uiteindelijk vlakbij het hostel. 's Avonds lekker chillen, en als we de volgende morgen vroeg opstaan is het raadsel van de slaapwandelende Gea opgelost, er zitten gaten in de tas met treinproviand, het was een muis!
We vertekken lekker vroeg (7 uur) naar Yichang.
Ga je mee in bad?
Op het eiland Shikoku hebben we een Youth Hostel geboekt in Dogo Onsen, (Onsen=hot spring)
Daar ligt ook het oudste badhuis van Japan (3000 jaar oud).

Na een regenachtige tempeltocht is het tijd voor warmte, veel warmte.
Het is wel een man/vrouw gescheiden ritueel. Nadat we ons in een kimono hebben gehesen vertrekken we allebei naar een apart gedeelte van het badhuis. Het is de bedoeling dat je je eerst op een klein krukje grondig afspoelt en daarna jezelf in het bad laat glijden. Het bad wordt nl niet verschoond (wel coninue bijgevuld met heet water). Roger gaat in zijn enthousiasme bijna de fout in en wil gelijk het bad in, realiseerd zich het gelukkig nog net op tijd, en na het afspoelen en ronde 1 in bad, is het soppen geblazen. Weer op het kleine krukje, met een klein wasdoekje alles grondig inzepen en afspoelen. Daarna het grote genieten in (zeer) heet water. Wat een heerlijke sensatie. Helemaal Zen!
Je kan er niet al te lang in blijven vanwege de hitte, maar het geeft een enorme rust.
Na het bad krijgen we (wel weer samen in het lounge gedeelte) thee en koekjes.
We krijgen ook nog een rondleiding door het Keizerlijke bad gedeelte en tenslotte nog een rondje bad in een ander (goedkoper en drukker en leuker) gedeelte van het monumentale badhuis. Dit stuk is prachtig versierd met tegel-tableau's. Het is grappig te zien hoe jong en oud geniet van dit ritueel.
We genieten er zo van, dat later in Osaka in het hotel ook weer een bad nemen (ipv de douche).
Zelfs op de boot terug naar Shanghai hebben we een bad aan boord, die we vanwege onwetendheid op de heenweg maar hebben overgeslagen. Nu we weten hoe het werkt zijn we er niet van weg te slaan. Het heeft zelfs het extra bijzondere uitzicht over een rimpelloos stuk Japanse zee en de zachte deining van de ferry.
Het Janpanse badritueel is niet alleen praktisch in de vorm van fysiek schoon worden, ze gebruiken het ook voor mentaal schoon maken. Dat is wel een bonus.
De enige kanttekening die gemaakt kan worden is dat het vreselijk veel water verbruikt, dus niet echt milieu-vriendelijk!
Wel vriendelijk voor de state of mind....
